
De zee
Grijze golven overspoelen het strand en vegen de voetsporen uit in het natte zand.
Het is stil. Men hoort alleen de wind ruisen en de golven de in branding bruisen.
Er staat een lichte wind. Ver weg lopen ouders met hun kind.
Het meisje lacht, een tinkelend geluidje, klatergoud.Haar krulletjes dansen. Haar lipjes zijn zout van de golfjes die in stukken slaan en steeds weer rollen, af en aan.
De zee beweegt, is rusteloos. Soms is het water wild. Dan is de zee boos.
Dan weer kalm, met een zoet gekabbel als een vriendelijk gebabbel.
Het kindje kijkt haar oogjes uit, voetjes in het zand.Het bukt, raapt schelpjes aan de waterkant.
Dartel rent ze op blote voetjes door het water.Het golft nu zoetjes.
Het blonde kopje verlangend naar de horizon. Oh, als het die eens bereiken kon.
Maar hier op het strand is het ook fijn. Ze kijkt of papa en mama er nog zijn.
Die lachen om haar vlugge beentjes, koude voetjes, natte teentjes
Pril geluk. Klein mondje dat babbelt. Het grappige blondje, nog zonder zorgen.
Ze denkt nog niet aan de dag van morgen.
Schelpen, zand en water, als fijne herinnering voor later, wannneer ze groot zal zijn, volwassen, en voor het leven op moet passen.
De drie mensen verwijderen zich. Het strand is weer stil.
De golven ruisen kalm.
Het water is niet kil. Het lijkt zo vredig, als in alle landen de zee golft en beukt langs andere stranden.
Maar er zijn ook mensen die verdrinken. Het grijsgroene monster, het kolkt,brengt leed, sleurt alles met zich mee.
Ook dat meedogenloze monster heet....de zee